Resultaat
Om in 2026 net zoveel te kunnen kopen als met € 3.000,00 in 2016, heb je nodig
€ 4.192,80
Tussen 2016 en 2026 stegen de prijzen met 39,76%, gemiddeld 3,40% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Vul bij “Salaris nu” in wat je verdient, dan zie je hoeveel dat scheelt.
In 2026 verdien je : dan nodig om dezelfde koopkracht te houden als in 2016.
Je koopkracht is daarmee met % . In geld van 2016 is dat .
Tussen 2016 en 2025 stegen de cao-lonen met 36,17%, terwijl de prijzen met 34,13% stegen. Gecorrigeerd voor inflatie stegen de cao-lonen dus met 1,52%.
Jouw salaris tussen 2016 en 2026 met %: dan de gemiddelde cao-loonstijging.
Cao-cijfers per maand zijn er pas vanaf 2020, dus dit zijn de jaargemiddelden van 2016 tot en met 2025.
Bron: CBS. Prijzen tot en met september 2026; cao-lonen tot en met september 2026, jaargemiddelden tot en met 2025. Bijgewerkt op .
Stegen de cao-lonen harder dan de prijzen?
Het CBS houdt bij hoeveel de lonen in collectieve arbeidsovereenkomsten stijgen. Dat is niet jouw salaris, maar wel de beste maatstaf voor wat een gemiddelde werknemer in Nederland erbij kreeg. Zet je die naast de inflatie, dan zie je of er koopkracht bij kwam of af ging.
Van 1972 tot en met 2025 stegen de cao-lonen met ongeveer 460% en de prijzen met ongeveer 420%. Een gemiddeld cao-loon kon in 2025 daardoor ongeveer 8% meer kopen dan in 1972.
Dat ging niet gelijkmatig. De koopkracht was het hoogst in 1979 en zakte daarna weer, tot het laagste punt in 1985. De grootste daling in één jaar was in 2022: toen stegen de prijzen zoveel harder dan de cao-lonen dat een cao-loon ongeveer 6% minder kon kopen dan een jaar eerder.
Toon als tabel
| Jaar | Cao-lonen | Prijzen | Koopkracht |
|---|---|---|---|
| 2025 | 558,0 | 515,6 | 108,2 |
| 2024 | 531,3 | 499,3 | 106,4 |
| 2023 | 498,2 | 483,2 | 103,1 |
| 2022 | 470,1 | 465,3 | 101,0 |
| 2021 | 455,4 | 423,0 | 107,6 |
| 2020 | 446,4 | 412,0 | 108,4 |
| 2019 | 434,4 | 406,8 | 106,8 |
| 2018 | 423,7 | 396,4 | 106,9 |
| 2017 | 415,2 | 389,7 | 106,5 |
| 2016 | 409,8 | 384,4 | 106,6 |
| 2015 | 401,8 | 383,2 | 104,9 |
| 2014 | 396,4 | 380,7 | 104,1 |
| 2013 | 392,4 | 377,0 | 104,1 |
| 2012 | 388,4 | 367,8 | 105,6 |
| 2011 | 382,6 | 359,0 | 106,6 |
| 2010 | 378,6 | 350,8 | 107,9 |
| 2009 | 374,1 | 346,4 | 108,0 |
| 2008 | 364,3 | 342,3 | 106,4 |
| 2007 | 352,2 | 334,0 | 105,5 |
| 2006 | 345,1 | 328,7 | 105,0 |
| 2005 | 337,9 | 325,0 | 104,0 |
| 2004 | 335,3 | 319,5 | 104,9 |
| 2003 | 331,3 | 315,8 | 104,9 |
| 2002 | 322,3 | 309,2 | 104,3 |
| 2001 | 310,7 | 299,1 | 103,9 |
| 2000 | 298,2 | 286,0 | 104,3 |
| 1999 | 288,8 | 279,0 | 103,5 |
| 1998 | 280,4 | 273,1 | 102,7 |
| 1997 | 272,8 | 268,0 | 101,8 |
| 1996 | 267,4 | 262,3 | 101,9 |
| 1995 | 262,9 | 256,9 | 102,4 |
| 1994 | 260,3 | 252,4 | 103,1 |
| 1993 | 256,7 | 245,6 | 104,5 |
| 1992 | 248,7 | 240,7 | 103,3 |
| 1991 | 239,3 | 232,1 | 103,1 |
| 1990 | 231,3 | 223,4 | 103,5 |
| 1989 | 223,7 | 218,1 | 102,6 |
| 1988 | 220,1 | 215,7 | 102,0 |
| 1987 | 219,2 | 214,2 | 102,3 |
| 1986 | 217,4 | 215,2 | 101,0 |
| 1985 | 215,2 | 214,9 | 100,1 |
| 1984 | 213,8 | 210,1 | 101,8 |
| 1983 | 214,7 | 203,5 | 105,5 |
| 1982 | 212,5 | 197,9 | 107,4 |
| 1981 | 199,6 | 186,8 | 106,8 |
| 1980 | 194,6 | 175,0 | 111,2 |
| 1979 | 187,5 | 164,3 | 114,1 |
| 1978 | 178,6 | 157,6 | 113,3 |
| 1977 | 168,8 | 151,5 | 111,4 |
| 1976 | 156,7 | 142,0 | 110,4 |
| 1975 | 143,8 | 130,5 | 110,2 |
| 1974 | 128,1 | 118,4 | 108,2 |
| 1973 | 111,6 | 108,0 | 103,3 |
| 1972 | 100,0 | 100,0 | 100,0 |
Cao-loonstijging en inflatie per jaar
Hoeveel stegen de cao-lonen en de prijzen in elk van de laatste 15 jaar? In 8 van die jaren stegen de cao-lonen harder dan de prijzen.
Reëel is wat er van de loonstijging overblijft na inflatie. Dat is niet het verschil tussen de twee percentages: 5% meer loon bij 3% hogere prijzen levert 1,94% op, niet 2%.
| Jaar | Cao-lonen | Prijzen | Reëel |
|---|---|---|---|
| 2011 | 1,06% | 2,34% | -1,25% |
| 2012 | 1,52% | 2,46% | -0,92% |
| 2013 | 1,03% | 2,51% | -1,44% |
| 2014 | 1,02% | 0,98% | 0,04% |
| 2015 | 1,35% | 0,65% | 0,70% |
| 2016 | 2,00% | 0,32% | 1,67% |
| 2017 | 1,31% | 1,38% | -0,07% |
| 2018 | 2,04% | 1,71% | 0,33% |
| 2019 | 2,53% | 2,63% | -0,10% |
| 2020 | 2,77% | 1,27% | 1,49% |
| 2021 | 2,00% | 2,68% | -0,66% |
| 2022 | 3,24% | 10,00% | -6,15% |
| 2023 | 5,98% | 3,84% | 2,06% |
| 2024 | 6,63% | 3,35% | 3,17% |
| 2025 | 5,04% | 3,26% | 1,73% |
Cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, jaargemiddelden tot en met 2025. Beide percentages zijn berekend uit de indexcijfers zelf, zonder tussentijds af te ronden; het CBS publiceert zowel de percentages als de indexcijfers afgerond op één decimaal, dus ze kunnen een fractie afwijken van de cijfers in de CBS-publicatie — bij de oudste jaren, waar het indexcijfer nog klein is, tot ongeveer een halve procentpunt.
Wat had je salaris in 2026 moeten zijn?
Verdiende je in 2016 een van deze bedragen, dan heb je er in september 2026 dit voor nodig om hetzelfde te kunnen kopen. De prijzen stegen in die periode met 39,76%.
| In 2016 | Nodig in 2026 |
|---|---|
| € 2.000,00 | € 2.795,20 |
| € 2.500,00 | € 3.494,00 |
| € 3.000,00 | € 4.192,80 |
| € 3.500,00 | € 4.891,60 |
| € 4.000,00 | € 5.590,40 |
| € 5.000,00 | € 6.988,00 |
| € 6.000,00 | € 8.385,60 |
Voor een ander jaar of bedrag gebruik je de calculator bovenaan. Wil je weten wat een los bedrag van vroeger nu waard is, dan is de inflatiecalculator handiger.
Hoe deze berekening werkt
Je salaris stijgt nominaal: het bedrag op je loonstrook wordt groter. Of je er ook echt op vooruitgaat, hangt af van de prijzen. Stijgen die harder, dan koop je voor dat grotere bedrag minder dan voorheen. Wat er na inflatie overblijft, heet je reële loonstijging, en die bepaalt je koopkracht.
De calculator rekent je salaris van vroeger om met de consumentenprijsindex van het CBS. Vul je ook je huidige salaris in, dan zet hij dat naast het bedrag dat je nodig zou hebben en laat hij het verschil zien, in euro's en in procenten.
Het bedrag mag bruto of netto zijn, per maand of per jaar: de berekening corrigeert alleen voor inflatie en maakt geen onderscheid. Vul in beide velden wel hetzelfde soort bedrag in, anders vergelijk je appels met peren. Belasting, toeslagen en pensioenpremies blijven buiten beschouwing; die veranderen los van de inflatie.
De cao-lonen komen uit een aparte CBS-tabel, “Cao-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur; indexcijfers (2020=100)”. Die volgt de lonen die in collectieve arbeidsovereenkomsten zijn afgesproken, vanaf 1972 per jaar en vanaf 2020 ook per maand. Het is een gemiddelde over alle sectoren: jouw eigen cao, een promotie of een persoonlijke verhoging staan er niet in.
De prijzen komen uit “Consumentenprijzen; prijsindex 1900=100” en “Jaarmutatie consumentenprijsindex; vanaf 1963”. De volledige berekening staat op GitHub.
Veelgestelde vragen over salaris en inflatie
Hoeveel loonsverhoging heb ik nodig om de inflatie bij te houden?
Precies evenveel procent als de prijzen zijn gestegen. Bleef je salaris sinds 2016 gelijk, dan is er tot september 2026 39,76% bij nodig om weer hetzelfde te kunnen kopen. Over één jaar gaat het om de inflatie van dat jaar: is die 3%, dan houdt 3% meer loon je precies gelijk.
Wat is reële loonstijging?
De loonstijging na aftrek van de inflatie: wat er echt aan koopkracht bij komt. Krijg je 5% meer loon terwijl de prijzen met 3% stijgen, dan is je reële loonstijging 1,94%. Bij een hogere inflatie dan je loonstijging is die negatief en ga je er in koopkracht op achteruit, ook al staat er een groter bedrag op je loonstrook.
Krijg ik automatisch inflatiecorrectie?
Meestal niet. Alleen in een paar sectoren, zoals de bouw, de landbouw en de havens, staat in de cao dat de lonen automatisch met de prijzen meestijgen. Verder is loonsverhoging iets wat in cao-onderhandelingen of met je werkgever zelf wordt afgesproken; een werkgever is niet verplicht om de inflatie te compenseren.
Geldt dit voor bruto of netto salaris?
Voor allebei, zolang je hetzelfde soort bedrag in beide velden invult. De calculator corrigeert alleen voor inflatie en rekent geen belasting. Wil je weten wat je netto overhoudt, vul dan twee nettobedragen in; wil je je brutosalaris vergelijken, gebruik dan twee brutobedragen.
Waarom wijkt mijn salaris af van de cao-lonen?
De cao-index is een gemiddelde over alle sectoren en alleen van wat er in cao's is afgesproken. Promoties, periodieken, bonussen en individuele afspraken zitten er niet in, en tussen sectoren lopen de stijgingen flink uiteen. De vergelijking laat dus zien hoe je het deed ten opzichte van het landelijke gemiddelde, niet ten opzichte van je eigen cao.
Over welke periode kan ik rekenen?
Met jaargemiddelden van prijzen vanaf 1900, en per maand vanaf januari 1963 tot en met september 2026. De cao-lonen gaan terug tot 1972; voor jaren daarvoor toont de calculator alleen de prijsvergelijking.
Waar komen de cijfers vandaan?
Van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de officiële statistische dienst van Nederland: de consumentenprijsindex voor de prijzen en de cao-loonindex voor de lonen. Beide worden elke dag opnieuw opgehaald; de laatste update van het CBS was op 13 oktober 2026.
Wat als mijn salaris van vóór de euro is?
Dan vul je het gewoon in guldens in. De calculator rekent bedragen van vóór 2002 om tegen de vaste koers en houdt daarnaast rekening met de inflatie. Wat losse bedragen uit die tijd nu waard zijn, staat op de pagina met alle jaren sinds 1900.