ƒ 100,00 uit 1960 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 411,22
Sinds 1960 is het prijspeil 9,1 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 806,20%, gemiddeld 3,45% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1960
Bedragen uit 1960 en hun koopkracht in 2025
In 1960
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,11
ƒ 5,00
€ 20,56
ƒ 10,00
€ 41,12
ƒ 25,00
€ 102,80
ƒ 50,00
€ 205,61
ƒ 100,00
€ 411,22
ƒ 250,00
€ 1.028,04
ƒ 500,00
€ 2.056,08
ƒ 1.000,00
€ 4.112,16
ƒ 10.000,00
€ 41.121,62
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 24,32 in 1960.
Inflatie in 1960
In 1960 stegen de prijzen met 2,55% ten opzichte van 1959. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1960 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1960, met 1960 als 100. In 2025 was het 906,20: sinds 1960 is het prijspeil 9,1 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1960 tot en met 2025 (1960 = 100)
Jaar
Prijspeil (1960 = 100)
Verandering
1960
100,0
–
1961
101,7
1,67%
1962
103,6
1,92%
1963
107,6
3,82%
1964
113,5
5,50%
1965
119,4
5,23%
1966
126,3
5,78%
1967
130,3
3,13%
1968
135,1
3,69%
1969
145,1
7,45%
1970
151,6
4,42%
1971
163,0
7,55%
1972
175,7
7,82%
1973
189,8
7,99%
1974
208,1
9,64%
1975
229,3
10,19%
1976
249,5
8,81%
1977
266,2
6,69%
1978
277,0
4,05%
1979
288,7
4,23%
1980
307,6
6,53%
1981
328,2
6,72%
1982
347,8
5,96%
1983
357,6
2,83%
1984
369,3
3,27%
1985
377,6
2,25%
1986
378,3
0,17%
1987
376,4
-0,49%
1988
379,1
0,71%
1989
383,2
1,10%
1990
392,7
2,47%
1991
407,8
3,86%
1992
423,0
3,71%
1993
431,7
2,06%
1994
443,6
2,76%
1995
451,5
1,78%
1996
461,0
2,11%
1997
470,9
2,16%
1998
480,0
1,92%
1999
490,4
2,17%
2000
502,6
2,49%
2001
525,7
4,59%
2002
543,3
3,36%
2003
554,9
2,14%
2004
561,5
1,18%
2005
571,1
1,71%
2006
577,7
1,15%
2007
587,0
1,61%
2008
601,6
2,49%
2009
608,8
1,19%
2010
616,5
1,27%
2011
630,9
2,34%
2012
646,4
2,46%
2013
662,6
2,51%
2014
669,1
0,98%
2015
673,5
0,65%
2016
675,6
0,32%
2017
684,9
1,38%
2018
696,6
1,71%
2019
714,9
2,63%
2020
724,0
1,27%
2021
743,4
2,68%
2022
817,8
10,00%
2023
849,2
3,84%
2024
877,6
3,35%
2025
906,2
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1960 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 411,22
Tussen 1960 en 2025stegen de prijzen met 806,20%, gemiddeld 3,45% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).