ƒ 100,00 uit 1959 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 421,70
Sinds 1959 is het prijspeil 9,3 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 829,30%, gemiddeld 3,44% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1959
Bedragen uit 1959 en hun koopkracht in 2025
In 1959
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,22
ƒ 5,00
€ 21,08
ƒ 10,00
€ 42,17
ƒ 25,00
€ 105,42
ƒ 50,00
€ 210,85
ƒ 100,00
€ 421,70
ƒ 250,00
€ 1.054,24
ƒ 500,00
€ 2.108,49
ƒ 1.000,00
€ 4.216,98
ƒ 10.000,00
€ 42.169,76
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 23,71 in 1959.
Inflatie in 1959
In 1959 stegen de prijzen met 0,85% ten opzichte van 1958. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1959 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1959, met 1959 als 100. In 2025 was het 929,30: sinds 1959 is het prijspeil 9,3 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1959 tot en met 2025 (1959 = 100)
Jaar
Prijspeil (1959 = 100)
Verandering
1959
100,0
–
1960
102,5
2,55%
1961
104,3
1,67%
1962
106,3
1,92%
1963
110,3
3,82%
1964
116,4
5,50%
1965
122,5
5,23%
1966
129,5
5,78%
1967
133,6
3,13%
1968
138,5
3,69%
1969
148,8
7,45%
1970
155,4
4,42%
1971
167,2
7,55%
1972
180,2
7,82%
1973
194,6
7,99%
1974
213,4
9,64%
1975
235,1
10,19%
1976
255,9
8,81%
1977
273,0
6,69%
1978
284,0
4,05%
1979
296,1
4,23%
1980
315,4
6,53%
1981
336,6
6,72%
1982
356,6
5,96%
1983
366,7
2,83%
1984
378,7
3,27%
1985
387,3
2,25%
1986
387,9
0,17%
1987
386,0
-0,49%
1988
388,7
0,71%
1989
393,0
1,10%
1990
402,7
2,47%
1991
418,2
3,86%
1992
433,8
3,71%
1993
442,7
2,06%
1994
454,9
2,76%
1995
463,0
1,78%
1996
472,8
2,11%
1997
482,9
2,16%
1998
492,2
1,92%
1999
502,9
2,17%
2000
515,4
2,49%
2001
539,1
4,59%
2002
557,2
3,36%
2003
569,1
2,14%
2004
575,8
1,18%
2005
585,7
1,71%
2006
592,4
1,15%
2007
601,9
1,61%
2008
616,9
2,49%
2009
624,3
1,19%
2010
632,2
1,27%
2011
647,0
2,34%
2012
662,9
2,46%
2013
679,5
2,51%
2014
686,2
0,98%
2015
690,6
0,65%
2016
692,8
0,32%
2017
702,4
1,38%
2018
714,4
1,71%
2019
733,2
2,63%
2020
742,5
1,27%
2021
762,4
2,68%
2022
838,6
10,00%
2023
870,8
3,84%
2024
900,0
3,35%
2025
929,3
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1959 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 421,70
Tussen 1959 en 2025stegen de prijzen met 829,30%, gemiddeld 3,44% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).