ƒ 100,00 uit 1950 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 545,48
Sinds 1950 is het prijspeil 12 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.102,08%, gemiddeld 3,37% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1950
Bedragen uit 1950 en hun koopkracht in 2025
In 1950
In 2025
ƒ 1,00
€ 5,45
ƒ 5,00
€ 27,27
ƒ 10,00
€ 54,55
ƒ 25,00
€ 136,37
ƒ 50,00
€ 272,74
ƒ 100,00
€ 545,48
ƒ 250,00
€ 1.363,70
ƒ 500,00
€ 2.727,40
ƒ 1.000,00
€ 5.454,80
ƒ 10.000,00
€ 54.548,02
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 18,33 in 1950.
Inflatie in 1950
In 1950 stegen de prijzen met 9,12% ten opzichte van 1949. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1950 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1950, met 1950 als 100. In 2025 was het 1.202,08: sinds 1950 is het prijspeil 12 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1950 tot en met 2025 (1950 = 100)
Jaar
Prijspeil (1950 = 100)
Verandering
1950
100,0
–
1951
109,6
9,64%
1952
109,6
0,00%
1953
109,6
0,00%
1954
114,0
4,00%
1955
116,2
1,91%
1956
118,4
1,90%
1957
126,1
6,49%
1958
128,3
1,73%
1959
129,4
0,85%
1960
132,7
2,55%
1961
134,9
1,67%
1962
137,5
1,92%
1963
142,7
3,82%
1964
150,5
5,50%
1965
158,4
5,23%
1966
167,6
5,78%
1967
172,8
3,13%
1968
179,2
3,69%
1969
192,5
7,45%
1970
201,1
4,42%
1971
216,2
7,55%
1972
233,1
7,82%
1973
251,8
7,99%
1974
276,0
9,64%
1975
304,2
10,19%
1976
331,0
8,81%
1977
353,1
6,69%
1978
367,4
4,05%
1979
383,0
4,23%
1980
408,0
6,53%
1981
435,4
6,72%
1982
461,3
5,96%
1983
474,4
2,83%
1984
489,9
3,27%
1985
500,9
2,25%
1986
501,8
0,17%
1987
499,3
-0,49%
1988
502,8
0,71%
1989
508,4
1,10%
1990
520,9
2,47%
1991
541,0
3,86%
1992
561,1
3,71%
1993
572,6
2,06%
1994
588,4
2,76%
1995
598,9
1,78%
1996
611,5
2,11%
1997
624,7
2,16%
1998
636,7
1,92%
1999
650,5
2,17%
2000
666,7
2,49%
2001
697,3
4,59%
2002
720,7
3,36%
2003
736,1
2,14%
2004
744,8
1,18%
2005
757,6
1,71%
2006
766,3
1,15%
2007
778,6
1,61%
2008
798,0
2,49%
2009
807,5
1,19%
2010
817,8
1,27%
2011
836,9
2,34%
2012
857,5
2,46%
2013
879,0
2,51%
2014
887,6
0,98%
2015
893,3
0,65%
2016
896,2
0,32%
2017
908,5
1,38%
2018
924,1
1,71%
2019
948,4
2,63%
2020
960,4
1,27%
2021
986,2
2,68%
2022
1.084,8
10,00%
2023
1.126,4
3,84%
2024
1.164,1
3,35%
2025
1.202,1
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1950 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 545,48
Tussen 1950 en 2025stegen de prijzen met 1.102,08%, gemiddeld 3,37% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).