ƒ 100,00 uit 1954 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 478,41
Sinds 1954 is het prijspeil 11 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 954,27%, gemiddeld 3,37% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1954
Bedragen uit 1954 en hun koopkracht in 2025
In 1954
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,78
ƒ 5,00
€ 23,92
ƒ 10,00
€ 47,84
ƒ 25,00
€ 119,60
ƒ 50,00
€ 239,20
ƒ 100,00
€ 478,41
ƒ 250,00
€ 1.196,01
ƒ 500,00
€ 2.392,03
ƒ 1.000,00
€ 4.784,05
ƒ 10.000,00
€ 47.840,54
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 20,90 in 1954.
Inflatie in 1954
In 1954 stegen de prijzen met 4,00% ten opzichte van 1953. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1954 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1954, met 1954 als 100. In 2025 was het 1.054,27: sinds 1954 is het prijspeil 11 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1954 tot en met 2025 (1954 = 100)
Jaar
Prijspeil (1954 = 100)
Verandering
1954
100,0
–
1955
101,9
1,91%
1956
103,8
1,90%
1957
110,6
6,49%
1958
112,5
1,73%
1959
113,4
0,85%
1960
116,3
2,55%
1961
118,3
1,67%
1962
120,6
1,92%
1963
125,2
3,82%
1964
132,0
5,50%
1965
138,9
5,23%
1966
147,0
5,78%
1967
151,6
3,13%
1968
157,2
3,69%
1969
168,9
7,45%
1970
176,3
4,42%
1971
189,6
7,55%
1972
204,5
7,82%
1973
220,8
7,99%
1974
242,1
9,64%
1975
266,8
10,19%
1976
290,3
8,81%
1977
309,7
6,69%
1978
322,2
4,05%
1979
335,9
4,23%
1980
357,8
6,53%
1981
381,9
6,72%
1982
404,6
5,96%
1983
416,1
2,83%
1984
429,7
3,27%
1985
439,3
2,25%
1986
440,1
0,17%
1987
437,9
-0,49%
1988
441,0
0,71%
1989
445,8
1,10%
1990
456,9
2,47%
1991
474,5
3,86%
1992
492,1
3,71%
1993
502,2
2,06%
1994
516,1
2,76%
1995
525,3
1,78%
1996
536,3
2,11%
1997
547,9
2,16%
1998
558,4
1,92%
1999
570,5
2,17%
2000
584,8
2,49%
2001
611,6
4,59%
2002
632,1
3,36%
2003
645,6
2,14%
2004
653,3
1,18%
2005
664,4
1,71%
2006
672,1
1,15%
2007
682,9
1,61%
2008
699,9
2,49%
2009
708,2
1,19%
2010
717,2
1,27%
2011
734,0
2,34%
2012
752,0
2,46%
2013
770,9
2,51%
2014
778,4
0,98%
2015
783,5
0,65%
2016
786,0
0,32%
2017
796,8
1,38%
2018
810,4
1,71%
2019
831,8
2,63%
2020
842,3
1,27%
2021
864,9
2,68%
2022
951,4
10,00%
2023
987,9
3,84%
2024
1.021,0
3,35%
2025
1.054,3
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1954 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 478,41
Tussen 1954 en 2025stegen de prijzen met 954,27%, gemiddeld 3,37% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).