ƒ 100,00 uit 1958 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 425,28
Sinds 1958 is het prijspeil 9,4 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 837,18%, gemiddeld 3,40% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1958
Bedragen uit 1958 en hun koopkracht in 2025
In 1958
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,25
ƒ 5,00
€ 21,26
ƒ 10,00
€ 42,53
ƒ 25,00
€ 106,32
ƒ 50,00
€ 212,64
ƒ 100,00
€ 425,28
ƒ 250,00
€ 1.063,19
ƒ 500,00
€ 2.126,38
ƒ 1.000,00
€ 4.252,76
ƒ 10.000,00
€ 42.527,58
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 23,51 in 1958.
Inflatie in 1958
In 1958 stegen de prijzen met 1,73% ten opzichte van 1957. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1958 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1958, met 1958 als 100. In 2025 was het 937,18: sinds 1958 is het prijspeil 9,4 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1958 tot en met 2025 (1958 = 100)
Jaar
Prijspeil (1958 = 100)
Verandering
1958
100,0
–
1959
100,8
0,85%
1960
103,4
2,55%
1961
105,1
1,67%
1962
107,2
1,92%
1963
111,3
3,82%
1964
117,4
5,50%
1965
123,5
5,23%
1966
130,6
5,78%
1967
134,7
3,13%
1968
139,7
3,69%
1969
150,1
7,45%
1970
156,8
4,42%
1971
168,6
7,55%
1972
181,8
7,82%
1973
196,3
7,99%
1974
215,2
9,64%
1975
237,1
10,19%
1976
258,0
8,81%
1977
275,3
6,69%
1978
286,4
4,05%
1979
298,6
4,23%
1980
318,1
6,53%
1981
339,5
6,72%
1982
359,7
5,96%
1983
369,9
2,83%
1984
382,0
3,27%
1985
390,5
2,25%
1986
391,2
0,17%
1987
389,3
-0,49%
1988
392,0
0,71%
1989
396,3
1,10%
1990
406,1
2,47%
1991
421,8
3,86%
1992
437,4
3,71%
1993
446,4
2,06%
1994
458,7
2,76%
1995
466,9
1,78%
1996
476,8
2,11%
1997
487,0
2,16%
1998
496,4
1,92%
1999
507,2
2,17%
2000
519,8
2,49%
2001
543,7
4,59%
2002
561,9
3,36%
2003
573,9
2,14%
2004
580,7
1,18%
2005
590,6
1,71%
2006
597,4
1,15%
2007
607,0
1,61%
2008
622,2
2,49%
2009
629,6
1,19%
2010
637,6
1,27%
2011
652,5
2,34%
2012
668,5
2,46%
2013
685,3
2,51%
2014
692,0
0,98%
2015
696,5
0,65%
2016
698,7
0,32%
2017
708,3
1,38%
2018
720,4
1,71%
2019
739,4
2,63%
2020
748,8
1,27%
2021
768,9
2,68%
2022
845,7
10,00%
2023
878,2
3,84%
2024
907,6
3,35%
2025
937,2
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1958 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 425,28
Tussen 1958 en 2025stegen de prijzen met 837,18%, gemiddeld 3,40% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).