ƒ 100,00 uit 1955 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 469,44
Sinds 1955 is het prijspeil 10 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 934,52%, gemiddeld 3,39% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1955
Bedragen uit 1955 en hun koopkracht in 2025
In 1955
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,69
ƒ 5,00
€ 23,47
ƒ 10,00
€ 46,94
ƒ 25,00
€ 117,36
ƒ 50,00
€ 234,72
ƒ 100,00
€ 469,44
ƒ 250,00
€ 1.173,61
ƒ 500,00
€ 2.347,22
ƒ 1.000,00
€ 4.694,44
ƒ 10.000,00
€ 46.944,35
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 21,30 in 1955.
Inflatie in 1955
In 1955 stegen de prijzen met 1,91% ten opzichte van 1954. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1955 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1955, met 1955 als 100. In 2025 was het 1.034,52: sinds 1955 is het prijspeil 10 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1955 tot en met 2025 (1955 = 100)
Jaar
Prijspeil (1955 = 100)
Verandering
1955
100,0
–
1956
101,9
1,90%
1957
108,5
6,49%
1958
110,4
1,73%
1959
111,3
0,85%
1960
114,2
2,55%
1961
116,1
1,67%
1962
118,3
1,92%
1963
122,8
3,82%
1964
129,6
5,50%
1965
136,3
5,23%
1966
144,2
5,78%
1967
148,7
3,13%
1968
154,2
3,69%
1969
165,7
7,45%
1970
173,0
4,42%
1971
186,1
7,55%
1972
200,6
7,82%
1973
216,7
7,99%
1974
237,5
9,64%
1975
261,8
10,19%
1976
284,8
8,81%
1977
303,9
6,69%
1978
316,2
4,05%
1979
329,6
4,23%
1980
351,1
6,53%
1981
374,7
6,72%
1982
397,0
5,96%
1983
408,3
2,83%
1984
421,6
3,27%
1985
431,1
2,25%
1986
431,8
0,17%
1987
429,7
-0,49%
1988
432,7
0,71%
1989
437,5
1,10%
1990
448,3
2,47%
1991
465,6
3,86%
1992
482,9
3,71%
1993
492,8
2,06%
1994
506,4
2,76%
1995
515,4
1,78%
1996
526,3
2,11%
1997
537,6
2,16%
1998
548,0
1,92%
1999
559,8
2,17%
2000
573,8
2,49%
2001
600,1
4,59%
2002
620,3
3,36%
2003
633,5
2,14%
2004
641,0
1,18%
2005
652,0
1,71%
2006
659,5
1,15%
2007
670,1
1,61%
2008
686,8
2,49%
2009
695,0
1,19%
2010
703,8
1,27%
2011
720,3
2,34%
2012
738,0
2,46%
2013
756,5
2,51%
2014
763,9
0,98%
2015
768,8
0,65%
2016
771,3
0,32%
2017
781,9
1,38%
2018
795,3
1,71%
2019
816,2
2,63%
2020
826,6
1,27%
2021
848,7
2,68%
2022
933,6
10,00%
2023
969,4
3,84%
2024
1.001,8
3,35%
2025
1.034,5
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1955 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 469,44
Tussen 1955 en 2025stegen de prijzen met 934,52%, gemiddeld 3,39% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).