ƒ 100,00 uit 1951 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 497,54
Sinds 1951 is het prijspeil 11 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 996,44%, gemiddeld 3,29% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1951
Bedragen uit 1951 en hun koopkracht in 2025
In 1951
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,98
ƒ 5,00
€ 24,88
ƒ 10,00
€ 49,75
ƒ 25,00
€ 124,39
ƒ 50,00
€ 248,77
ƒ 100,00
€ 497,54
ƒ 250,00
€ 1.243,85
ƒ 500,00
€ 2.487,71
ƒ 1.000,00
€ 4.975,42
ƒ 10.000,00
€ 49.754,16
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 20,10 in 1951.
Inflatie in 1951
In 1951 stegen de prijzen met 9,64% ten opzichte van 1950. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1951 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1951, met 1951 als 100. In 2025 was het 1.096,44: sinds 1951 is het prijspeil 11 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1951 tot en met 2025 (1951 = 100)
Jaar
Prijspeil (1951 = 100)
Verandering
1951
100,0
–
1952
100,0
0,00%
1953
100,0
0,00%
1954
104,0
4,00%
1955
106,0
1,91%
1956
108,0
1,90%
1957
115,0
6,49%
1958
117,0
1,73%
1959
118,0
0,85%
1960
121,0
2,55%
1961
123,0
1,67%
1962
125,4
1,92%
1963
130,2
3,82%
1964
137,3
5,50%
1965
144,5
5,23%
1966
152,8
5,78%
1967
157,6
3,13%
1968
163,4
3,69%
1969
175,6
7,45%
1970
183,4
4,42%
1971
197,2
7,55%
1972
212,6
7,82%
1973
229,6
7,99%
1974
251,8
9,64%
1975
277,4
10,19%
1976
301,9
8,81%
1977
322,1
6,69%
1978
335,1
4,05%
1979
349,3
4,23%
1980
372,1
6,53%
1981
397,1
6,72%
1982
420,8
5,96%
1983
432,7
2,83%
1984
446,9
3,27%
1985
456,9
2,25%
1986
457,7
0,17%
1987
455,4
-0,49%
1988
458,6
0,71%
1989
463,7
1,10%
1990
475,1
2,47%
1991
493,5
3,86%
1992
511,8
3,71%
1993
522,3
2,06%
1994
536,7
2,76%
1995
546,3
1,78%
1996
557,8
2,11%
1997
569,8
2,16%
1998
580,8
1,92%
1999
593,3
2,17%
2000
608,1
2,49%
2001
636,1
4,59%
2002
657,4
3,36%
2003
671,4
2,14%
2004
679,4
1,18%
2005
691,0
1,71%
2006
698,9
1,15%
2007
710,2
1,61%
2008
727,9
2,49%
2009
736,6
1,19%
2010
745,9
1,27%
2011
763,4
2,34%
2012
782,1
2,46%
2013
801,8
2,51%
2014
809,6
0,98%
2015
814,8
0,65%
2016
817,4
0,32%
2017
828,7
1,38%
2018
842,9
1,71%
2019
865,0
2,63%
2020
876,0
1,27%
2021
899,5
2,68%
2022
989,5
10,00%
2023
1.027,4
3,84%
2024
1.061,8
3,35%
2025
1.096,4
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1951 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 497,54
Tussen 1951 en 2025stegen de prijzen met 996,44%, gemiddeld 3,29% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).