ƒ 100,00 uit 1957 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 432,62
Sinds 1957 is het prijspeil 9,5 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 853,36%, gemiddeld 3,37% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1957
Bedragen uit 1957 en hun koopkracht in 2025
In 1957
In 2025
ƒ 1,00
€ 4,33
ƒ 5,00
€ 21,63
ƒ 10,00
€ 43,26
ƒ 25,00
€ 108,15
ƒ 50,00
€ 216,31
ƒ 100,00
€ 432,62
ƒ 250,00
€ 1.081,54
ƒ 500,00
€ 2.163,09
ƒ 1.000,00
€ 4.326,17
ƒ 10.000,00
€ 43.261,74
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 23,12 in 1957.
Inflatie in 1957
In 1957 stegen de prijzen met 6,49% ten opzichte van 1956. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1957 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1957, met 1957 als 100. In 2025 was het 953,36: sinds 1957 is het prijspeil 9,5 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1957 tot en met 2025 (1957 = 100)
Jaar
Prijspeil (1957 = 100)
Verandering
1957
100,0
–
1958
101,7
1,73%
1959
102,6
0,85%
1960
105,2
2,55%
1961
107,0
1,67%
1962
109,0
1,92%
1963
113,2
3,82%
1964
119,4
5,50%
1965
125,6
5,23%
1966
132,9
5,78%
1967
137,1
3,13%
1968
142,1
3,69%
1969
152,7
7,45%
1970
159,5
4,42%
1971
171,5
7,55%
1972
184,9
7,82%
1973
199,7
7,99%
1974
218,9
9,64%
1975
241,2
10,19%
1976
262,5
8,81%
1977
280,0
6,69%
1978
291,4
4,05%
1979
303,7
4,23%
1980
323,6
6,53%
1981
345,3
6,72%
1982
365,9
5,96%
1983
376,2
2,83%
1984
388,6
3,27%
1985
397,3
2,25%
1986
397,9
0,17%
1987
396,0
-0,49%
1988
398,8
0,71%
1989
403,2
1,10%
1990
413,1
2,47%
1991
429,1
3,86%
1992
445,0
3,71%
1993
454,2
2,06%
1994
466,7
2,76%
1995
475,0
1,78%
1996
485,0
2,11%
1997
495,5
2,16%
1998
505,0
1,92%
1999
515,9
2,17%
2000
528,8
2,49%
2001
553,1
4,59%
2002
571,6
3,36%
2003
583,8
2,14%
2004
590,7
1,18%
2005
600,8
1,71%
2006
607,7
1,15%
2007
617,5
1,61%
2008
632,9
2,49%
2009
640,4
1,19%
2010
648,6
1,27%
2011
663,8
2,34%
2012
680,1
2,46%
2013
697,1
2,51%
2014
703,9
0,98%
2015
708,5
0,65%
2016
710,8
0,32%
2017
720,5
1,38%
2018
732,9
1,71%
2019
752,1
2,63%
2020
761,7
1,27%
2021
782,1
2,68%
2022
860,3
10,00%
2023
893,3
3,84%
2024
923,3
3,35%
2025
953,4
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1957 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 432,62
Tussen 1957 en 2025stegen de prijzen met 853,36%, gemiddeld 3,37% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).