ƒ 100,00 uit 1949 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 595,21
Sinds 1949 is het prijspeil 13 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.211,67%, gemiddeld 3,44% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1949
Bedragen uit 1949 en hun koopkracht in 2025
In 1949
In 2025
ƒ 1,00
€ 5,95
ƒ 5,00
€ 29,76
ƒ 10,00
€ 59,52
ƒ 25,00
€ 148,80
ƒ 50,00
€ 297,60
ƒ 100,00
€ 595,21
ƒ 250,00
€ 1.488,02
ƒ 500,00
€ 2.976,04
ƒ 1.000,00
€ 5.952,08
ƒ 10.000,00
€ 59.520,78
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 16,80 in 1949.
Inflatie in 1949
In 1949 stegen de prijzen met 6,31% ten opzichte van 1948. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1949 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1949, met 1949 als 100. In 2025 was het 1.311,67: sinds 1949 is het prijspeil 13 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1949 tot en met 2025 (1949 = 100)
Jaar
Prijspeil (1949 = 100)
Verandering
1949
100,0
–
1950
109,1
9,12%
1951
119,6
9,64%
1952
119,6
0,00%
1953
119,6
0,00%
1954
124,4
4,00%
1955
126,8
1,91%
1956
129,2
1,90%
1957
137,6
6,49%
1958
140,0
1,73%
1959
141,1
0,85%
1960
144,7
2,55%
1961
147,2
1,67%
1962
150,0
1,92%
1963
155,7
3,82%
1964
164,3
5,50%
1965
172,9
5,23%
1966
182,9
5,78%
1967
188,6
3,13%
1968
195,5
3,69%
1969
210,1
7,45%
1970
219,4
4,42%
1971
235,9
7,55%
1972
254,4
7,82%
1973
274,7
7,99%
1974
301,2
9,64%
1975
331,9
10,19%
1976
361,1
8,81%
1977
385,3
6,69%
1978
400,9
4,05%
1979
417,9
4,23%
1980
445,2
6,53%
1981
475,1
6,72%
1982
503,4
5,96%
1983
517,6
2,83%
1984
534,6
3,27%
1985
546,6
2,25%
1986
547,5
0,17%
1987
544,8
-0,49%
1988
548,7
0,71%
1989
554,7
1,10%
1990
568,4
2,47%
1991
590,3
3,86%
1992
612,2
3,71%
1993
624,8
2,06%
1994
642,1
2,76%
1995
653,5
1,78%
1996
667,3
2,11%
1997
681,7
2,16%
1998
694,8
1,92%
1999
709,8
2,17%
2000
727,5
2,49%
2001
760,9
4,59%
2002
786,4
3,36%
2003
803,2
2,14%
2004
812,7
1,18%
2005
826,7
1,71%
2006
836,2
1,15%
2007
849,6
1,61%
2008
870,8
2,49%
2009
881,1
1,19%
2010
892,4
1,27%
2011
913,2
2,34%
2012
935,7
2,46%
2013
959,1
2,51%
2014
968,5
0,98%
2015
974,8
0,65%
2016
977,9
0,32%
2017
991,3
1,38%
2018
1.008,3
1,71%
2019
1.034,8
2,63%
2020
1.048,0
1,27%
2021
1.076,1
2,68%
2022
1.183,7
10,00%
2023
1.229,1
3,84%
2024
1.270,2
3,35%
2025
1.311,7
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1949 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 595,21
Tussen 1949 en 2025stegen de prijzen met 1.211,67%, gemiddeld 3,44% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).