ƒ 100,00 uit 1946 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 678,92
Sinds 1946 is het prijspeil 15 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.396,14%, gemiddeld 3,48% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1946
Bedragen uit 1946 en hun koopkracht in 2025
In 1946
In 2025
ƒ 1,00
€ 6,79
ƒ 5,00
€ 33,95
ƒ 10,00
€ 67,89
ƒ 25,00
€ 169,73
ƒ 50,00
€ 339,46
ƒ 100,00
€ 678,92
ƒ 250,00
€ 1.697,29
ƒ 500,00
€ 3.394,58
ƒ 1.000,00
€ 6.789,16
ƒ 10.000,00
€ 67.891,63
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 14,73 in 1946.
Inflatie in 1946
In 1946 stegen de prijzen met 9,08% ten opzichte van 1945. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1946 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1946, met 1946 als 100. In 2025 was het 1.496,14: sinds 1946 is het prijspeil 15 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1946 tot en met 2025 (1946 = 100)
Jaar
Prijspeil (1946 = 100)
Verandering
1946
100,0
–
1947
103,6
3,63%
1948
107,3
3,54%
1949
114,1
6,31%
1950
124,5
9,12%
1951
136,5
9,64%
1952
136,5
0,00%
1953
136,5
0,00%
1954
141,9
4,00%
1955
144,6
1,91%
1956
147,4
1,90%
1957
156,9
6,49%
1958
159,6
1,73%
1959
161,0
0,85%
1960
165,1
2,55%
1961
167,8
1,67%
1962
171,1
1,92%
1963
177,6
3,82%
1964
187,4
5,50%
1965
197,2
5,23%
1966
208,6
5,78%
1967
215,1
3,13%
1968
223,0
3,69%
1969
239,6
7,45%
1970
250,2
4,42%
1971
269,1
7,55%
1972
290,2
7,82%
1973
313,3
7,99%
1974
343,5
9,64%
1975
378,6
10,19%
1976
411,9
8,81%
1977
439,5
6,69%
1978
457,3
4,05%
1979
476,7
4,23%
1980
507,8
6,53%
1981
541,9
6,72%
1982
574,2
5,96%
1983
590,4
2,83%
1984
609,8
3,27%
1985
623,5
2,25%
1986
624,5
0,17%
1987
621,4
-0,49%
1988
625,8
0,71%
1989
632,7
1,10%
1990
648,3
2,47%
1991
673,3
3,86%
1992
698,3
3,71%
1993
712,7
2,06%
1994
732,4
2,76%
1995
745,4
1,78%
1996
761,1
2,11%
1997
777,5
2,16%
1998
792,5
1,92%
1999
809,6
2,17%
2000
829,8
2,49%
2001
867,9
4,59%
2002
897,1
3,36%
2003
916,2
2,14%
2004
927,1
1,18%
2005
942,9
1,71%
2006
953,7
1,15%
2007
969,1
1,61%
2008
993,2
2,49%
2009
1.005,1
1,19%
2010
1.017,8
1,27%
2011
1.041,7
2,34%
2012
1.067,3
2,46%
2013
1.094,0
2,51%
2014
1.104,7
0,98%
2015
1.111,9
0,65%
2016
1.115,4
0,32%
2017
1.130,8
1,38%
2018
1.150,1
1,71%
2019
1.180,4
2,63%
2020
1.195,4
1,27%
2021
1.227,4
2,68%
2022
1.350,2
10,00%
2023
1.402,0
3,84%
2024
1.448,9
3,35%
2025
1.496,1
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1946 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 678,92
Tussen 1946 en 2025stegen de prijzen met 1.396,14%, gemiddeld 3,48% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).