ƒ 100,00 uit 1942 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 905,46
Sinds 1942 is het prijspeil 20 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.895,38%, gemiddeld 3,67% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1942
Bedragen uit 1942 en hun koopkracht in 2025
In 1942
In 2025
ƒ 1,00
€ 9,05
ƒ 5,00
€ 45,27
ƒ 10,00
€ 90,55
ƒ 25,00
€ 226,37
ƒ 50,00
€ 452,73
ƒ 100,00
€ 905,46
ƒ 250,00
€ 2.263,66
ƒ 500,00
€ 4.527,31
ƒ 1.000,00
€ 9.054,62
ƒ 10.000,00
€ 90.546,23
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 11,04 in 1942.
Inflatie in 1942
In 1942 stegen de prijzen met 7,42% ten opzichte van 1941. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1942 was de inflatie het hoogst in 1945 (15,05%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1942, met 1942 als 100. In 2025 was het 1.995,38: sinds 1942 is het prijspeil 20 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1942 tot en met 2025 (1942 = 100)
Jaar
Prijspeil (1942 = 100)
Verandering
1942
100,0
–
1943
103,5
3,51%
1944
106,3
2,67%
1945
122,3
15,05%
1946
133,4
9,08%
1947
138,2
3,63%
1948
143,1
3,54%
1949
152,1
6,31%
1950
166,0
9,12%
1951
182,0
9,64%
1952
182,0
0,00%
1953
182,0
0,00%
1954
189,3
4,00%
1955
192,9
1,91%
1956
196,5
1,90%
1957
209,3
6,49%
1958
212,9
1,73%
1959
214,7
0,85%
1960
220,2
2,55%
1961
223,9
1,67%
1962
228,2
1,92%
1963
236,9
3,82%
1964
249,9
5,50%
1965
263,0
5,23%
1966
278,2
5,78%
1967
286,9
3,13%
1968
297,4
3,69%
1969
319,6
7,45%
1970
333,7
4,42%
1971
358,9
7,55%
1972
387,0
7,82%
1973
417,9
7,99%
1974
458,2
9,64%
1975
504,9
10,19%
1976
549,4
8,81%
1977
586,1
6,69%
1978
609,9
4,05%
1979
635,7
4,23%
1980
677,2
6,53%
1981
722,7
6,72%
1982
765,8
5,96%
1983
787,5
2,83%
1984
813,2
3,27%
1985
831,5
2,25%
1986
832,9
0,17%
1987
828,8
-0,49%
1988
834,6
0,71%
1989
843,8
1,10%
1990
864,7
2,47%
1991
898,0
3,86%
1992
931,3
3,71%
1993
950,5
2,06%
1994
976,7
2,76%
1995
994,2
1,78%
1996
1.015,1
2,11%
1997
1.037,0
2,16%
1998
1.056,9
1,92%
1999
1.079,8
2,17%
2000
1.106,7
2,49%
2001
1.157,5
4,59%
2002
1.196,4
3,36%
2003
1.221,9
2,14%
2004
1.236,4
1,18%
2005
1.257,5
1,71%
2006
1.272,0
1,15%
2007
1.292,5
1,61%
2008
1.324,7
2,49%
2009
1.340,4
1,19%
2010
1.357,5
1,27%
2011
1.389,3
2,34%
2012
1.423,4
2,46%
2013
1.459,1
2,51%
2014
1.473,3
0,98%
2015
1.482,9
0,65%
2016
1.487,6
0,32%
2017
1.508,1
1,38%
2018
1.533,9
1,71%
2019
1.574,2
2,63%
2020
1.594,3
1,27%
2021
1.637,0
2,68%
2022
1.800,7
10,00%
2023
1.869,8
3,84%
2024
1.932,4
3,35%
2025
1.995,4
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1942 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 905,46
Tussen 1942 en 2025stegen de prijzen met 1.895,38%, gemiddeld 3,67% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).