ƒ 100,00 uit 1948 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 632,78
Sinds 1948 is het prijspeil 14 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.294,47%, gemiddeld 3,48% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1948
Bedragen uit 1948 en hun koopkracht in 2025
In 1948
In 2025
ƒ 1,00
€ 6,33
ƒ 5,00
€ 31,64
ƒ 10,00
€ 63,28
ƒ 25,00
€ 158,20
ƒ 50,00
€ 316,39
ƒ 100,00
€ 632,78
ƒ 250,00
€ 1.581,95
ƒ 500,00
€ 3.163,91
ƒ 1.000,00
€ 6.327,81
ƒ 10.000,00
€ 63.278,13
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 15,80 in 1948.
Inflatie in 1948
In 1948 stegen de prijzen met 3,54% ten opzichte van 1947. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1948 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1948, met 1948 als 100. In 2025 was het 1.394,47: sinds 1948 is het prijspeil 14 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1948 tot en met 2025 (1948 = 100)
Jaar
Prijspeil (1948 = 100)
Verandering
1948
100,0
–
1949
106,3
6,31%
1950
116,0
9,12%
1951
127,2
9,64%
1952
127,2
0,00%
1953
127,2
0,00%
1954
132,3
4,00%
1955
134,8
1,91%
1956
137,4
1,90%
1957
146,3
6,49%
1958
148,8
1,73%
1959
150,1
0,85%
1960
153,9
2,55%
1961
156,4
1,67%
1962
159,5
1,92%
1963
165,5
3,82%
1964
174,6
5,50%
1965
183,8
5,23%
1966
194,4
5,78%
1967
200,5
3,13%
1968
207,9
3,69%
1969
223,4
7,45%
1970
233,2
4,42%
1971
250,8
7,55%
1972
270,4
7,82%
1973
292,1
7,99%
1974
320,2
9,64%
1975
352,8
10,19%
1976
383,9
8,81%
1977
409,6
6,69%
1978
426,2
4,05%
1979
444,3
4,23%
1980
473,3
6,53%
1981
505,1
6,72%
1982
535,2
5,96%
1983
550,3
2,83%
1984
568,3
3,27%
1985
581,1
2,25%
1986
582,1
0,17%
1987
579,2
-0,49%
1988
583,3
0,71%
1989
589,7
1,10%
1990
604,3
2,47%
1991
627,6
3,86%
1992
650,9
3,71%
1993
664,3
2,06%
1994
682,6
2,76%
1995
694,8
1,78%
1996
709,4
2,11%
1997
724,7
2,16%
1998
738,6
1,92%
1999
754,6
2,17%
2000
773,4
2,49%
2001
808,9
4,59%
2002
836,1
3,36%
2003
854,0
2,14%
2004
864,1
1,18%
2005
878,8
1,71%
2006
888,9
1,15%
2007
903,2
1,61%
2008
925,7
2,49%
2009
936,8
1,19%
2010
948,7
1,27%
2011
970,9
2,34%
2012
994,7
2,46%
2013
1.019,7
2,51%
2014
1.029,6
0,98%
2015
1.036,3
0,65%
2016
1.039,6
0,32%
2017
1.053,9
1,38%
2018
1.072,0
1,71%
2019
1.100,1
2,63%
2020
1.114,1
1,27%
2021
1.144,0
2,68%
2022
1.258,4
10,00%
2023
1.306,7
3,84%
2024
1.350,4
3,35%
2025
1.394,5
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1948 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 632,78
Tussen 1948 en 2025stegen de prijzen met 1.294,47%, gemiddeld 3,48% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).