ƒ 100,00 uit 1945 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 740,58
Sinds 1945 is het prijspeil 16 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.532,03%, gemiddeld 3,55% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1945
Bedragen uit 1945 en hun koopkracht in 2025
In 1945
In 2025
ƒ 1,00
€ 7,41
ƒ 5,00
€ 37,03
ƒ 10,00
€ 74,06
ƒ 25,00
€ 185,15
ƒ 50,00
€ 370,29
ƒ 100,00
€ 740,58
ƒ 250,00
€ 1.851,46
ƒ 500,00
€ 3.702,91
ƒ 1.000,00
€ 7.405,82
ƒ 10.000,00
€ 74.058,24
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 13,50 in 1945.
Inflatie in 1945
In 1945 stegen de prijzen met 15,05% ten opzichte van 1944. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1945 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1945, met 1945 als 100. In 2025 was het 1.632,03: sinds 1945 is het prijspeil 16 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1945 tot en met 2025 (1945 = 100)
Jaar
Prijspeil (1945 = 100)
Verandering
1945
100,0
–
1946
109,1
9,08%
1947
113,0
3,63%
1948
117,0
3,54%
1949
124,4
6,31%
1950
135,8
9,12%
1951
148,8
9,64%
1952
148,8
0,00%
1953
148,8
0,00%
1954
154,8
4,00%
1955
157,8
1,91%
1956
160,8
1,90%
1957
171,2
6,49%
1958
174,1
1,73%
1959
175,6
0,85%
1960
180,1
2,55%
1961
183,1
1,67%
1962
186,6
1,92%
1963
193,7
3,82%
1964
204,4
5,50%
1965
215,1
5,23%
1966
227,5
5,78%
1967
234,6
3,13%
1968
243,3
3,69%
1969
261,4
7,45%
1970
273,0
4,42%
1971
293,6
7,55%
1972
316,5
7,82%
1973
341,8
7,99%
1974
374,8
9,64%
1975
413,0
10,19%
1976
449,3
8,81%
1977
479,4
6,69%
1978
498,8
4,05%
1979
519,9
4,23%
1980
553,9
6,53%
1981
591,1
6,72%
1982
626,3
5,96%
1983
644,1
2,83%
1984
665,1
3,27%
1985
680,1
2,25%
1986
681,2
0,17%
1987
677,9
-0,49%
1988
682,7
0,71%
1989
690,2
1,10%
1990
707,2
2,47%
1991
734,5
3,86%
1992
761,8
3,71%
1993
777,4
2,06%
1994
798,9
2,76%
1995
813,1
1,78%
1996
830,2
2,11%
1997
848,2
2,16%
1998
864,5
1,92%
1999
883,2
2,17%
2000
905,2
2,49%
2001
946,8
4,59%
2002
978,5
3,36%
2003
999,4
2,14%
2004
1.011,3
1,18%
2005
1.028,6
1,71%
2006
1.040,4
1,15%
2007
1.057,1
1,61%
2008
1.083,4
2,49%
2009
1.096,3
1,19%
2010
1.110,3
1,27%
2011
1.136,3
2,34%
2012
1.164,2
2,46%
2013
1.193,4
2,51%
2014
1.205,0
0,98%
2015
1.212,9
0,65%
2016
1.216,7
0,32%
2017
1.233,5
1,38%
2018
1.254,6
1,71%
2019
1.287,6
2,63%
2020
1.304,0
1,27%
2021
1.338,9
2,68%
2022
1.472,8
10,00%
2023
1.529,3
3,84%
2024
1.580,5
3,35%
2025
1.632,0
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1945 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 740,58
Tussen 1945 en 2025stegen de prijzen met 1.532,03%, gemiddeld 3,55% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).