ƒ 100,00 uit 1943 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 874,78
Sinds 1943 is het prijspeil 19 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.827,77%, gemiddeld 3,67% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1943
Bedragen uit 1943 en hun koopkracht in 2025
In 1943
In 2025
ƒ 1,00
€ 8,75
ƒ 5,00
€ 43,74
ƒ 10,00
€ 87,48
ƒ 25,00
€ 218,70
ƒ 50,00
€ 437,39
ƒ 100,00
€ 874,78
ƒ 250,00
€ 2.186,96
ƒ 500,00
€ 4.373,92
ƒ 1.000,00
€ 8.747,84
ƒ 10.000,00
€ 87.478,44
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 11,43 in 1943.
Inflatie in 1943
In 1943 stegen de prijzen met 3,51% ten opzichte van 1942. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1943 was de inflatie het hoogst in 1945 (15,05%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1943, met 1943 als 100. In 2025 was het 1.927,77: sinds 1943 is het prijspeil 19 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1943 tot en met 2025 (1943 = 100)
Jaar
Prijspeil (1943 = 100)
Verandering
1943
100,0
–
1944
102,7
2,67%
1945
118,1
15,05%
1946
128,9
9,08%
1947
133,5
3,63%
1948
138,2
3,54%
1949
147,0
6,31%
1950
160,4
9,12%
1951
175,8
9,64%
1952
175,8
0,00%
1953
175,8
0,00%
1954
182,9
4,00%
1955
186,3
1,91%
1956
189,9
1,90%
1957
202,2
6,49%
1958
205,7
1,73%
1959
207,4
0,85%
1960
212,7
2,55%
1961
216,3
1,67%
1962
220,4
1,92%
1963
228,9
3,82%
1964
241,4
5,50%
1965
254,1
5,23%
1966
268,7
5,78%
1967
277,2
3,13%
1968
287,4
3,69%
1969
308,8
7,45%
1970
322,4
4,42%
1971
346,8
7,55%
1972
373,9
7,82%
1973
403,7
7,99%
1974
442,7
9,64%
1975
487,8
10,19%
1976
530,7
8,81%
1977
566,3
6,69%
1978
589,2
4,05%
1979
614,2
4,23%
1980
654,3
6,53%
1981
698,3
6,72%
1982
739,8
5,96%
1983
760,8
2,83%
1984
785,7
3,27%
1985
803,3
2,25%
1986
804,7
0,17%
1987
800,7
-0,49%
1988
806,4
0,71%
1989
815,2
1,10%
1990
835,4
2,47%
1991
867,6
3,86%
1992
899,8
3,71%
1993
918,3
2,06%
1994
943,6
2,76%
1995
960,5
1,78%
1996
980,7
2,11%
1997
1.001,8
2,16%
1998
1.021,1
1,92%
1999
1.043,2
2,17%
2000
1.069,3
2,49%
2001
1.118,3
4,59%
2002
1.155,9
3,36%
2003
1.180,5
2,14%
2004
1.194,5
1,18%
2005
1.214,9
1,71%
2006
1.228,9
1,15%
2007
1.248,7
1,61%
2008
1.279,8
2,49%
2009
1.295,0
1,19%
2010
1.311,5
1,27%
2011
1.342,2
2,34%
2012
1.375,2
2,46%
2013
1.409,7
2,51%
2014
1.423,4
0,98%
2015
1.432,6
0,65%
2016
1.437,2
0,32%
2017
1.457,0
1,38%
2018
1.481,9
1,71%
2019
1.520,9
2,63%
2020
1.540,2
1,27%
2021
1.581,5
2,68%
2022
1.739,7
10,00%
2023
1.806,4
3,84%
2024
1.866,9
3,35%
2025
1.927,8
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1943 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 874,78
Tussen 1943 en 2025stegen de prijzen met 1.827,77%, gemiddeld 3,67% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).