ƒ 100,00 uit 1944 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 852,04
Sinds 1944 is het prijspeil 19 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.777,65%, gemiddeld 3,69% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1944
Bedragen uit 1944 en hun koopkracht in 2025
In 1944
In 2025
ƒ 1,00
€ 8,52
ƒ 5,00
€ 42,60
ƒ 10,00
€ 85,20
ƒ 25,00
€ 213,01
ƒ 50,00
€ 426,02
ƒ 100,00
€ 852,04
ƒ 250,00
€ 2.130,10
ƒ 500,00
€ 4.260,20
ƒ 1.000,00
€ 8.520,40
ƒ 10.000,00
€ 85.204,00
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 11,74 in 1944.
Inflatie in 1944
In 1944 stegen de prijzen met 2,67% ten opzichte van 1943. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1944 was de inflatie het hoogst in 1945 (15,05%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1944, met 1944 als 100. In 2025 was het 1.877,65: sinds 1944 is het prijspeil 19 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1944 tot en met 2025 (1944 = 100)
Jaar
Prijspeil (1944 = 100)
Verandering
1944
100,0
–
1945
115,1
15,05%
1946
125,5
9,08%
1947
130,1
3,63%
1948
134,7
3,54%
1949
143,2
6,31%
1950
156,2
9,12%
1951
171,3
9,64%
1952
171,3
0,00%
1953
171,3
0,00%
1954
178,1
4,00%
1955
181,5
1,91%
1956
185,0
1,90%
1957
197,0
6,49%
1958
200,4
1,73%
1959
202,1
0,85%
1960
207,2
2,55%
1961
210,7
1,67%
1962
214,7
1,92%
1963
222,9
3,82%
1964
235,2
5,50%
1965
247,5
5,23%
1966
261,8
5,78%
1967
270,0
3,13%
1968
279,9
3,69%
1969
300,8
7,45%
1970
314,1
4,42%
1971
337,8
7,55%
1972
364,2
7,82%
1973
393,3
7,99%
1974
431,2
9,64%
1975
475,1
10,19%
1976
517,0
8,81%
1977
551,6
6,69%
1978
573,9
4,05%
1979
598,2
4,23%
1980
637,3
6,53%
1981
680,1
6,72%
1982
720,6
5,96%
1983
741,0
2,83%
1984
765,3
3,27%
1985
782,5
2,25%
1986
783,8
0,17%
1987
779,9
-0,49%
1988
785,4
0,71%
1989
794,1
1,10%
1990
813,7
2,47%
1991
845,1
3,86%
1992
876,4
3,71%
1993
894,4
2,06%
1994
919,1
2,76%
1995
935,5
1,78%
1996
955,2
2,11%
1997
975,8
2,16%
1998
994,6
1,92%
1999
1.016,1
2,17%
2000
1.041,5
2,49%
2001
1.089,3
4,59%
2002
1.125,8
3,36%
2003
1.149,9
2,14%
2004
1.163,5
1,18%
2005
1.183,4
1,71%
2006
1.197,0
1,15%
2007
1.216,2
1,61%
2008
1.246,5
2,49%
2009
1.261,4
1,19%
2010
1.277,4
1,27%
2011
1.307,3
2,34%
2012
1.339,4
2,46%
2013
1.373,0
2,51%
2014
1.386,4
0,98%
2015
1.395,4
0,65%
2016
1.399,9
0,32%
2017
1.419,1
1,38%
2018
1.443,4
1,71%
2019
1.481,4
2,63%
2020
1.500,2
1,27%
2021
1.540,4
2,68%
2022
1.694,5
10,00%
2023
1.759,5
3,84%
2024
1.818,4
3,35%
2025
1.877,7
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1944 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 852,04
Tussen 1944 en 2025stegen de prijzen met 1.777,65%, gemiddeld 3,69% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).