ƒ 100,00 uit 1947 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 655,16
Sinds 1947 is het prijspeil 14 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 1.343,79%, gemiddeld 3,48% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1947
Bedragen uit 1947 en hun koopkracht in 2025
In 1947
In 2025
ƒ 1,00
€ 6,55
ƒ 5,00
€ 32,76
ƒ 10,00
€ 65,52
ƒ 25,00
€ 163,79
ƒ 50,00
€ 327,58
ƒ 100,00
€ 655,16
ƒ 250,00
€ 1.637,91
ƒ 500,00
€ 3.275,82
ƒ 1.000,00
€ 6.551,63
ƒ 10.000,00
€ 65.516,34
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 15,26 in 1947.
Inflatie in 1947
In 1947 stegen de prijzen met 3,63% ten opzichte van 1946. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1947 was de inflatie het hoogst in 1975 (10,19%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1947, met 1947 als 100. In 2025 was het 1.443,79: sinds 1947 is het prijspeil 14 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1947 tot en met 2025 (1947 = 100)
Jaar
Prijspeil (1947 = 100)
Verandering
1947
100,0
–
1948
103,5
3,54%
1949
110,1
6,31%
1950
120,1
9,12%
1951
131,7
9,64%
1952
131,7
0,00%
1953
131,7
0,00%
1954
136,9
4,00%
1955
139,6
1,91%
1956
142,2
1,90%
1957
151,4
6,49%
1958
154,1
1,73%
1959
155,4
0,85%
1960
159,3
2,55%
1961
162,0
1,67%
1962
165,1
1,92%
1963
171,4
3,82%
1964
180,8
5,50%
1965
190,3
5,23%
1966
201,3
5,78%
1967
207,6
3,13%
1968
215,2
3,69%
1969
231,3
7,45%
1970
241,5
4,42%
1971
259,7
7,55%
1972
280,0
7,82%
1973
302,4
7,99%
1974
331,5
9,64%
1975
365,3
10,19%
1976
397,5
8,81%
1977
424,1
6,69%
1978
441,3
4,05%
1979
460,0
4,23%
1980
490,0
6,53%
1981
523,0
6,72%
1982
554,1
5,96%
1983
569,8
2,83%
1984
588,4
3,27%
1985
601,7
2,25%
1986
602,7
0,17%
1987
599,7
-0,49%
1988
603,9
0,71%
1989
610,6
1,10%
1990
625,6
2,47%
1991
649,8
3,86%
1992
673,9
3,71%
1993
687,8
2,06%
1994
706,7
2,76%
1995
719,3
1,78%
1996
734,5
2,11%
1997
750,3
2,16%
1998
764,7
1,92%
1999
781,3
2,17%
2000
800,8
2,49%
2001
837,6
4,59%
2002
865,7
3,36%
2003
884,2
2,14%
2004
894,6
1,18%
2005
909,9
1,71%
2006
920,4
1,15%
2007
935,2
1,61%
2008
958,5
2,49%
2009
969,9
1,19%
2010
982,2
1,27%
2011
1.005,2
2,34%
2012
1.029,9
2,46%
2013
1.055,7
2,51%
2014
1.066,1
0,98%
2015
1.073,0
0,65%
2016
1.076,4
0,32%
2017
1.091,2
1,38%
2018
1.109,9
1,71%
2019
1.139,1
2,63%
2020
1.153,6
1,27%
2021
1.184,5
2,68%
2022
1.302,9
10,00%
2023
1.352,9
3,84%
2024
1.398,2
3,35%
2025
1.443,8
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1947 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 655,16
Tussen 1947 en 2025stegen de prijzen met 1.343,79%, gemiddeld 3,48% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).