ƒ 100,00 uit 1901 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 1.606,11
Sinds 1901 is het prijspeil 35 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 3.439,40%, gemiddeld 2,92% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1901
Bedragen uit 1901 en hun koopkracht in 2025
In 1901
In 2025
ƒ 1,00
€ 16,06
ƒ 5,00
€ 80,31
ƒ 10,00
€ 160,61
ƒ 25,00
€ 401,53
ƒ 50,00
€ 803,05
ƒ 100,00
€ 1.606,11
ƒ 250,00
€ 4.015,27
ƒ 500,00
€ 8.030,54
ƒ 1.000,00
€ 16.061,07
ƒ 10.000,00
€ 160.610,75
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 6,23 in 1901.
Inflatie in 1901
In 1901 stegen de prijzen met 6,10% ten opzichte van 1900. Dat is hoger dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1901 was de inflatie het hoogst in 1918 (19,23%) en het laagst in 1921 (-13,42%).
Het prijspeil sinds 1901, met 1901 als 100. In 2025 was het 3.539,40: sinds 1901 is het prijspeil 35 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1901 tot en met 2025 (1901 = 100)
Jaar
Prijspeil (1901 = 100)
Verandering
1901
100,0
–
1902
97,1
-2,92%
1903
97,1
0,00%
1904
100,0
3,01%
1905
100,0
0,00%
1906
100,0
0,00%
1907
101,4
1,41%
1908
104,2
2,79%
1909
102,8
-1,36%
1910
105,7
2,75%
1911
107,1
1,34%
1912
108,6
1,41%
1913
110,0
1,30%
1914
110,0
0,00%
1915
125,6
14,22%
1916
140,0
11,40%
1917
148,5
6,13%
1918
177,1
19,23%
1919
192,7
8,83%
1920
212,8
10,42%
1921
184,3
-13,42%
1922
164,2
-10,90%
1923
157,1
-4,31%
1924
158,5
0,90%
1925
157,1
-0,89%
1926
151,4
-3,66%
1927
151,4
0,00%
1928
152,8
0,93%
1929
151,4
-0,93%
1930
145,6
-3,80%
1931
137,1
-5,83%
1932
127,0
-7,35%
1933
125,6
-1,11%
1934
125,6
0,00%
1935
121,4
-3,38%
1936
118,6
-2,33%
1937
121,4
2,38%
1938
124,2
2,33%
1939
125,6
1,14%
1940
144,1
14,70%
1941
165,1
14,58%
1942
177,4
7,42%
1943
183,6
3,51%
1944
188,5
2,67%
1945
216,9
15,05%
1946
236,6
9,08%
1947
245,1
3,63%
1948
253,8
3,54%
1949
269,8
6,31%
1950
294,4
9,12%
1951
322,8
9,64%
1952
322,8
0,00%
1953
322,8
0,00%
1954
335,7
4,00%
1955
342,1
1,91%
1956
348,6
1,90%
1957
371,3
6,49%
1958
377,7
1,73%
1959
380,9
0,85%
1960
390,6
2,55%
1961
397,1
1,67%
1962
404,7
1,92%
1963
420,2
3,82%
1964
443,3
5,50%
1965
466,4
5,23%
1966
493,4
5,78%
1967
508,9
3,13%
1968
527,6
3,69%
1969
566,9
7,45%
1970
592,0
4,42%
1971
636,7
7,55%
1972
686,4
7,82%
1973
741,3
7,99%
1974
812,7
9,64%
1975
895,6
10,19%
1976
974,5
8,81%
1977
1.039,7
6,69%
1978
1.081,8
4,05%
1979
1.127,6
4,23%
1980
1.201,2
6,53%
1981
1.282,0
6,72%
1982
1.358,3
5,96%
1983
1.396,8
2,83%
1984
1.442,5
3,27%
1985
1.474,9
2,25%
1986
1.477,4
0,17%
1987
1.470,1
-0,49%
1988
1.480,5
0,71%
1989
1.496,8
1,10%
1990
1.533,7
2,47%
1991
1.592,9
3,86%
1992
1.652,0
3,71%
1993
1.686,1
2,06%
1994
1.732,5
2,76%
1995
1.763,4
1,78%
1996
1.800,6
2,11%
1997
1.839,4
2,16%
1998
1.874,7
1,92%
1999
1.915,4
2,17%
2000
1.963,1
2,49%
2001
2.053,3
4,59%
2002
2.122,1
3,36%
2003
2.167,5
2,14%
2004
2.193,1
1,18%
2005
2.230,6
1,71%
2006
2.256,3
1,15%
2007
2.292,6
1,61%
2008
2.349,7
2,49%
2009
2.377,7
1,19%
2010
2.407,9
1,27%
2011
2.464,3
2,34%
2012
2.524,8
2,46%
2013
2.588,1
2,51%
2014
2.613,4
0,98%
2015
2.630,3
0,65%
2016
2.638,7
0,32%
2017
2.675,0
1,38%
2018
2.720,8
1,71%
2019
2.792,4
2,63%
2020
2.827,9
1,27%
2021
2.903,7
2,68%
2022
3.194,1
10,00%
2023
3.316,6
3,84%
2024
3.427,6
3,35%
2025
3.539,4
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1901 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 1.606,11
Tussen 1901 en 2025stegen de prijzen met 3.439,40%, gemiddeld 2,92% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).