ƒ 100,00 uit 1902 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 1.654,45
Sinds 1902 is het prijspeil 36 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 3.545,92%, gemiddeld 2,97% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1902
Bedragen uit 1902 en hun koopkracht in 2025
In 1902
In 2025
ƒ 1,00
€ 16,54
ƒ 5,00
€ 82,72
ƒ 10,00
€ 165,44
ƒ 25,00
€ 413,61
ƒ 50,00
€ 827,22
ƒ 100,00
€ 1.654,45
ƒ 250,00
€ 4.136,12
ƒ 500,00
€ 8.272,23
ƒ 1.000,00
€ 16.544,47
ƒ 10.000,00
€ 165.444,66
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 6,04 in 1902.
Inflatie in 1902
In 1902 daalden de prijzen met 2,92% ten opzichte van 1901. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1902 was de inflatie het hoogst in 1918 (19,23%) en het laagst in 1921 (-13,42%).
Het prijspeil sinds 1902, met 1902 als 100. In 2025 was het 3.645,92: sinds 1902 is het prijspeil 36 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1902 tot en met 2025 (1902 = 100)
Jaar
Prijspeil (1902 = 100)
Verandering
1902
100,0
–
1903
100,0
0,00%
1904
103,0
3,01%
1905
103,0
0,00%
1906
103,0
0,00%
1907
104,5
1,41%
1908
107,4
2,79%
1909
105,9
-1,36%
1910
108,8
2,75%
1911
110,3
1,34%
1912
111,8
1,41%
1913
113,3
1,30%
1914
113,3
0,00%
1915
129,4
14,22%
1916
144,2
11,40%
1917
153,0
6,13%
1918
182,4
19,23%
1919
198,5
8,83%
1920
219,2
10,42%
1921
189,8
-13,42%
1922
169,1
-10,90%
1923
161,8
-4,31%
1924
163,3
0,90%
1925
161,8
-0,89%
1926
155,9
-3,66%
1927
155,9
0,00%
1928
157,4
0,93%
1929
155,9
-0,93%
1930
150,0
-3,80%
1931
141,3
-5,83%
1932
130,9
-7,35%
1933
129,4
-1,11%
1934
129,4
0,00%
1935
125,0
-3,38%
1936
122,1
-2,33%
1937
125,0
2,38%
1938
128,0
2,33%
1939
129,4
1,14%
1940
148,4
14,70%
1941
170,1
14,58%
1942
182,7
7,42%
1943
189,1
3,51%
1944
194,2
2,67%
1945
223,4
15,05%
1946
243,7
9,08%
1947
252,5
3,63%
1948
261,5
3,54%
1949
278,0
6,31%
1950
303,3
9,12%
1951
332,5
9,64%
1952
332,5
0,00%
1953
332,5
0,00%
1954
345,8
4,00%
1955
352,4
1,91%
1956
359,1
1,90%
1957
382,4
6,49%
1958
389,0
1,73%
1959
392,3
0,85%
1960
402,3
2,55%
1961
409,0
1,67%
1962
416,9
1,92%
1963
432,8
3,82%
1964
456,6
5,50%
1965
480,5
5,23%
1966
508,3
5,78%
1967
524,2
3,13%
1968
543,5
3,69%
1969
584,0
7,45%
1970
609,8
4,42%
1971
655,8
7,55%
1972
707,1
7,82%
1973
763,6
7,99%
1974
837,2
9,64%
1975
922,5
10,19%
1976
1.003,8
8,81%
1977
1.071,0
6,69%
1978
1.114,4
4,05%
1979
1.161,6
4,23%
1980
1.237,4
6,53%
1981
1.320,6
6,72%
1982
1.399,2
5,96%
1983
1.438,8
2,83%
1984
1.485,9
3,27%
1985
1.519,3
2,25%
1986
1.521,8
0,17%
1987
1.514,4
-0,49%
1988
1.525,0
0,71%
1989
1.541,8
1,10%
1990
1.579,9
2,47%
1991
1.640,9
3,86%
1992
1.701,7
3,71%
1993
1.736,8
2,06%
1994
1.784,7
2,76%
1995
1.816,5
1,78%
1996
1.854,8
2,11%
1997
1.894,8
2,16%
1998
1.931,2
1,92%
1999
1.973,0
2,17%
2000
2.022,2
2,49%
2001
2.115,0
4,59%
2002
2.186,0
3,36%
2003
2.232,7
2,14%
2004
2.259,1
1,18%
2005
2.297,8
1,71%
2006
2.324,2
1,15%
2007
2.361,6
1,61%
2008
2.420,4
2,49%
2009
2.449,2
1,19%
2010
2.480,4
1,27%
2011
2.538,4
2,34%
2012
2.600,8
2,46%
2013
2.666,0
2,51%
2014
2.692,0
0,98%
2015
2.709,5
0,65%
2016
2.718,2
0,32%
2017
2.755,5
1,38%
2018
2.802,7
1,71%
2019
2.876,4
2,63%
2020
2.913,0
1,27%
2021
2.991,1
2,68%
2022
3.290,2
10,00%
2023
3.416,4
3,84%
2024
3.530,8
3,35%
2025
3.645,9
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1902 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 1.654,45
Tussen 1902 en 2025stegen de prijzen met 3.545,92%, gemiddeld 2,97% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).