ƒ 100,00 uit 1907 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 1.583,72
Sinds 1907 is het prijspeil 35 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 3.390,06%, gemiddeld 3,06% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1907
Bedragen uit 1907 en hun koopkracht in 2025
In 1907
In 2025
ƒ 1,00
€ 15,84
ƒ 5,00
€ 79,19
ƒ 10,00
€ 158,37
ƒ 25,00
€ 395,93
ƒ 50,00
€ 791,86
ƒ 100,00
€ 1.583,72
ƒ 250,00
€ 3.959,29
ƒ 500,00
€ 7.918,59
ƒ 1.000,00
€ 15.837,17
ƒ 10.000,00
€ 158.371,75
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 6,31 in 1907.
Inflatie in 1907
In 1907 stegen de prijzen met 1,41% ten opzichte van 1906. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1907 was de inflatie het hoogst in 1918 (19,23%) en het laagst in 1921 (-13,42%).
Het prijspeil sinds 1907, met 1907 als 100. In 2025 was het 3.490,06: sinds 1907 is het prijspeil 35 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1907 tot en met 2025 (1907 = 100)
Jaar
Prijspeil (1907 = 100)
Verandering
1907
100,0
–
1908
102,8
2,79%
1909
101,4
-1,36%
1910
104,2
2,75%
1911
105,6
1,34%
1912
107,1
1,41%
1913
108,5
1,30%
1914
108,5
0,00%
1915
123,9
14,22%
1916
138,0
11,40%
1917
146,5
6,13%
1918
174,6
19,23%
1919
190,1
8,83%
1920
209,9
10,42%
1921
181,7
-13,42%
1922
161,9
-10,90%
1923
154,9
-4,31%
1924
156,3
0,90%
1925
154,9
-0,89%
1926
149,3
-3,66%
1927
149,3
0,00%
1928
150,7
0,93%
1929
149,3
-0,93%
1930
143,6
-3,80%
1931
135,2
-5,83%
1932
125,3
-7,35%
1933
123,9
-1,11%
1934
123,9
0,00%
1935
119,7
-3,38%
1936
116,9
-2,33%
1937
119,7
2,38%
1938
122,5
2,33%
1939
123,9
1,14%
1940
142,1
14,70%
1941
162,8
14,58%
1942
174,9
7,42%
1943
181,0
3,51%
1944
185,9
2,67%
1945
213,8
15,05%
1946
233,3
9,08%
1947
241,7
3,63%
1948
250,3
3,54%
1949
266,1
6,31%
1950
290,3
9,12%
1951
318,3
9,64%
1952
318,3
0,00%
1953
318,3
0,00%
1954
331,0
4,00%
1955
337,4
1,91%
1956
343,8
1,90%
1957
366,1
6,49%
1958
372,4
1,73%
1959
375,6
0,85%
1960
385,1
2,55%
1961
391,5
1,67%
1962
399,1
1,92%
1963
414,3
3,82%
1964
437,1
5,50%
1965
459,9
5,23%
1966
486,5
5,78%
1967
501,8
3,13%
1968
520,3
3,69%
1969
559,0
7,45%
1970
583,7
4,42%
1971
627,8
7,55%
1972
676,9
7,82%
1973
730,9
7,99%
1974
801,4
9,64%
1975
883,1
10,19%
1976
960,9
8,81%
1977
1.025,2
6,69%
1978
1.066,7
4,05%
1979
1.111,9
4,23%
1980
1.184,5
6,53%
1981
1.264,1
6,72%
1982
1.339,4
5,96%
1983
1.377,3
2,83%
1984
1.422,4
3,27%
1985
1.454,4
2,25%
1986
1.456,8
0,17%
1987
1.449,6
-0,49%
1988
1.459,9
0,71%
1989
1.475,9
1,10%
1990
1.512,4
2,47%
1991
1.570,7
3,86%
1992
1.629,0
3,71%
1993
1.662,5
2,06%
1994
1.708,4
2,76%
1995
1.738,8
1,78%
1996
1.775,5
2,11%
1997
1.813,8
2,16%
1998
1.848,6
1,92%
1999
1.888,7
2,17%
2000
1.935,8
2,49%
2001
2.024,6
4,59%
2002
2.092,6
3,36%
2003
2.137,3
2,14%
2004
2.162,5
1,18%
2005
2.199,5
1,71%
2006
2.224,8
1,15%
2007
2.260,6
1,61%
2008
2.316,9
2,49%
2009
2.344,5
1,19%
2010
2.374,3
1,27%
2011
2.429,9
2,34%
2012
2.489,6
2,46%
2013
2.552,0
2,51%
2014
2.577,0
0,98%
2015
2.593,7
0,65%
2016
2.602,0
0,32%
2017
2.637,7
1,38%
2018
2.682,9
1,71%
2019
2.753,4
2,63%
2020
2.788,5
1,27%
2021
2.863,2
2,68%
2022
3.149,5
10,00%
2023
3.270,4
3,84%
2024
3.379,8
3,35%
2025
3.490,1
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1907 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 1.583,72
Tussen 1907 en 2025stegen de prijzen met 3.390,06%, gemiddeld 3,06% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).