ƒ 100,00 uit 1937 had in 2025 dezelfde koopkracht als
€ 1.323,04
Sinds 1937 is het prijspeil 29 keer zo hoog geworden: de prijzen stegen met 2.815,61%, gemiddeld 3,91% per jaar. Daarbij is omgerekend van gulden naar euro, tegen 2,20371 gulden per euro.
Berekend met de jaargemiddelden van de CBS-prijsindex; 2025 is het meest recente volledige jaar.
Andere bedragen uit 1937
Bedragen uit 1937 en hun koopkracht in 2025
In 1937
In 2025
ƒ 1,00
€ 13,23
ƒ 5,00
€ 66,15
ƒ 10,00
€ 132,30
ƒ 25,00
€ 330,76
ƒ 50,00
€ 661,52
ƒ 100,00
€ 1.323,04
ƒ 250,00
€ 3.307,61
ƒ 500,00
€ 6.615,22
ƒ 1.000,00
€ 13.230,43
ƒ 10.000,00
€ 132.304,35
Omgekeerd had € 100,00 in 2025 dezelfde koopkracht als ƒ 7,56 in 1937.
Inflatie in 1937
In 1937 stegen de prijzen met 2,38% ten opzichte van 1936. Dat is lager dan het gemiddelde van 2,94% per jaar sinds 1900.
Na 1937 was de inflatie het hoogst in 1945 (15,05%) en het laagst in 1987 (-0,49%).
Het prijspeil sinds 1937, met 1937 als 100. In 2025 was het 2.915,61: sinds 1937 is het prijspeil 29 keer zo hoog geworden.Toon als tabel
Prijspeil van 1937 tot en met 2025 (1937 = 100)
Jaar
Prijspeil (1937 = 100)
Verandering
1937
100,0
–
1938
102,3
2,33%
1939
103,5
1,14%
1940
118,7
14,70%
1941
136,0
14,58%
1942
146,1
7,42%
1943
151,2
3,51%
1944
155,3
2,67%
1945
178,6
15,05%
1946
194,9
9,08%
1947
201,9
3,63%
1948
209,1
3,54%
1949
222,3
6,31%
1950
242,5
9,12%
1951
265,9
9,64%
1952
265,9
0,00%
1953
265,9
0,00%
1954
276,6
4,00%
1955
281,8
1,91%
1956
287,2
1,90%
1957
305,8
6,49%
1958
311,1
1,73%
1959
313,7
0,85%
1960
321,7
2,55%
1961
327,1
1,67%
1962
333,4
1,92%
1963
346,1
3,82%
1964
365,1
5,50%
1965
384,2
5,23%
1966
406,4
5,78%
1967
419,2
3,13%
1968
434,6
3,69%
1969
467,0
7,45%
1970
487,7
4,42%
1971
524,5
7,55%
1972
565,5
7,82%
1973
610,6
7,99%
1974
669,5
9,64%
1975
737,7
10,19%
1976
802,7
8,81%
1977
856,4
6,69%
1978
891,1
4,05%
1979
928,9
4,23%
1980
989,5
6,53%
1981
1.056,1
6,72%
1982
1.118,9
5,96%
1983
1.150,6
2,83%
1984
1.188,3
3,27%
1985
1.215,0
2,25%
1986
1.217,0
0,17%
1987
1.211,0
-0,49%
1988
1.219,6
0,71%
1989
1.233,0
1,10%
1990
1.263,4
2,47%
1991
1.312,2
3,86%
1992
1.360,9
3,71%
1993
1.388,9
2,06%
1994
1.427,2
2,76%
1995
1.452,6
1,78%
1996
1.483,2
2,11%
1997
1.515,2
2,16%
1998
1.544,3
1,92%
1999
1.577,8
2,17%
2000
1.617,2
2,49%
2001
1.691,4
4,59%
2002
1.748,1
3,36%
2003
1.785,5
2,14%
2004
1.806,6
1,18%
2005
1.837,5
1,71%
2006
1.858,6
1,15%
2007
1.888,5
1,61%
2008
1.935,6
2,49%
2009
1.958,6
1,19%
2010
1.983,5
1,27%
2011
2.030,0
2,34%
2012
2.079,8
2,46%
2013
2.132,0
2,51%
2014
2.152,8
0,98%
2015
2.166,8
0,65%
2016
2.173,7
0,32%
2017
2.203,6
1,38%
2018
2.241,3
1,71%
2019
2.300,2
2,63%
2020
2.329,5
1,27%
2021
2.391,9
2,68%
2022
2.631,1
10,00%
2023
2.732,1
3,84%
2024
2.823,5
3,35%
2025
2.915,6
3,26%
Resultaat
ƒ 100,00 uit 1937 heeft in 2025 een koopkracht van
€ 1.323,04
Tussen 1937 en 2025stegen de prijzen met 2.815,61%, gemiddeld 3,91% per jaar.
Begin- en eindjaar zijn hetzelfde, dus er is geen verschil in koopkracht.
Bron: CBS, maandcijfers tot en met september 2026 en jaarcijfers tot en met 2025 (bijgewerkt op ).